Spreekwoorden met ei

Spreekwoorden, gezegden en spreuken met eieren

Wist je dat er heel veel spreekwoorden en gezegdes zijn waar eieren in voorkomen?
We zetten er een paar voor je op een rijtje.

  • Iets kopen voor een appel en een ei: iets kopen voor heel weinig geld.
  • Niet al je eieren in een mandje/ onder één kip leggen: niet alles inzetten op hetzelfde.
  • Dat is een eitje: dat is heel gemakkelijk.
  • In mei leggen alle vogels een ei: vogels gaan broeden in mei.
  • Van die boer, geen eieren: een oplossing die je niet wilt.
  • Op eieren lopen: heel voorzichtig zijn
  • Eieren kiezen voor je geld: genoegen nemen met een uitkomst die toch het beste blijkt te zijn.
  • Een ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is een paasei: een is niet goed, twee is beter en drie is perfect.
  • Een eitje met iemand te pellen hebben: een hartig woordje spreken met iemand.
  • Wel gekakel, maar geen eieren: hetzelfde als ‘veel geschreeuw en weinig wol’: veel herrie om niks.
  • Beter een half ei dan een lege dop: beter iets dan niets.
  • Ergens een ei over leggen: ergens iets voor bedenken.
  • Je ei niet kwijt kunnen: er niet over kunnen praten.
  • De kip met de gouden eieren: een wondermiddel of een vaste bron van inkomsten.
  • Een zacht ei zijn: een ‘softy’, een gemoedelijk iemand.
  • Je eieren naar de markt brengen: een goed huwelijk sluiten.
  • Dat is het hele eieren eten: zo zit dat.
  • Mettertijd komt de hen op haar eieren: alles komt goed, als je maar geduld hebt.
  • Met je eieren na Pasen aankomen: ergens te laat mee zijn.

Er zijn vast nog veel  meer spreekwoorden met eieren of kippen. Ken jij er meer? Laat het ons weten op Facebook!

Lees hier meer eierfeiten!

 

Lees verder